NCIV bestuursleden verzorgen in Suriname onderwijs in de rechten van inheemse en tribale volken
Het FHR Lim A Po Institute for Social Studies is een non-profit organisatie in Paramaribo, Suriname, die zich toelegt op wetenschappelijk onderwijs in recht, bestuur en management. In 2010 verzorgde het instituut voor de eerste keer een onderwijsprogramma met de titel “Internationaal en Vergelijkend Recht” in het kader van haar recentelijk opgezette rechtenopleiding (School of Law). Dit programma was speciaal gericht op juristen uit de beroepspraktijk en werd uitgevoerd door verschillende docenten van voornamelijk Nederlandse universiteiten. De doelstelling van het curriculum is om het blikveld van de juristen in Suriname te verbreden met nieuwe kennis en inzichten uit de juridische en sociale wetenschappen.
In twee van de modules van dit programma speelde het thema van de rechten van inheemse en tribale volken een belangrijke rol. Dit mag niet verbazen aangezien een aanzienlijk deel van de bevolking van de binnenlanden van Suriname bestaat uit inheemse en marron (vroeger “bosneger”) gemeenschappen met een identiteit en levensstijl die duidelijk verschilt van de bevolkingsgroepen in de kustgebieden, maar wiens bijzondere collectieve rechten, o.a. op zelfbestuur, tot op heden nog niet in het Surinaamse recht werden erkend. Dit ondanks een paar recente uitspraken door het Inter-Amerikaanse Hof voor de Mensenrechten, o.a. in de bekende Saramaka-zaak uit 2007, die de Surinaamse staat in feite dwingen deze rechten wél te erkennen.

Foto: Julia Ruijter
In juni en augustus 2011 gaven Anna Meijknecht en Joris van de Sandt – wetenschappers van respectievelijk de Universiteit van Tilburg en Universiteit van Amsterdam en toevallig ook beiden bestuurslid van het NCIV – zodoende les aan het Lim A Po Instituut, gelegen in de schilderachtige koloniale binnenstad van Paramaribo. In de module van Anna Meijknecht (jurist) lag de nadruk op de uitdagingen van de erkenning van de rechten van inheemse en tribale volken, in het bijzonder van het bovengenoemde Saramaka-vonnis. Dit thema bleek uiterst gevoelig te liggen, en de colleges ontaardden niet zelden in heftige en emotionele discussies. Desondanks gaven de studenten – allen juristen – interessante voorbeelden en een blik achter de schermen van dit rechtsproces en zijn mogelijke gevolgen voor Suriname.
In de tweede module, verzorgd door Van de Sandt (antropoloog), was het in de voorgaande module opgewaaide stof al wat gaan liggen en werd het tijd om de sociale praktijk van culturele diversiteit en recht te bekijken vanuit het meer gedistantieerde perspectief van de sociale wetenschappen. Ook hier veel aandacht voor de roep van inheemse volken en marron gemeenschappen om een “gedifferentieerde” (aparte) behandeling en erkenning van hun internationaal erkende rechten, alsmede de veranderingen die deze sociale beweging in de Surinaamse samenleving teweeg heeft gebracht. Duidelijk werd gaandeweg dat de uitvoering van het Saramaka-vonnis en collectieve rechten van inheemse volken, dat op tal van gebieden zal doorwerken, een grote uitdaging vormt voor Suriname, met haar kleine bevolking (ongeveer een half miljoen inwoners) en complexe politieke, sociale en economische realiteit.
